Je bent hier:
  • macht >
  • columns >
  • macht en seks: waarom mannen met macht meer zin hebben

Macht en seks:

waarom mannen met macht meer zin hebben

interview BNN met Roos Vonk over seksschandalen, 16 juli 2011

Roos Vonk

Een vriend van mij hield laatst een toespraak voor een grote volle zaal. ‘Het ging goed joh!’ vertelde hij naderhand. ‘Ze lachten om al mijn grapjes en het liep als een trein, en ik kreeg een daverend applaus!’ Hij vervolgde, op zachtere, wat beschaamde toon: ‘Ik werd er een beetje geil van’, alsof het hem zelf verbaasde. Mij verbaasde dat helemaal niet. Ik weet allang uit psychologisch onderzoek dat er voor veel mannen een sterke link is tussen macht en seks. Zet een man bovenop de apenrots – geef hem een juichend publiek, leiding over een groep, machtsmiddelen – en hij gaat (vaak onbewust) aan seks denken.
Dat is niet zo raar: mensen zijn apen. De alfaman – die bovenaan staat in de pikorde – mag het met alle vrouwen doen. Dat instinct zit nog steeds diep verankerd in de mensenman. Kijk naar Clinton, Chirac, Lubbers, Berlusconi: voorbeelden van machtige mannen die er minnaressen op nahouden of het heel gewoon vinden om vrouwen in hun kont te knijpen. Ik heb ook ooit zo’n hoogleraar gehad. Met nieuwjaar en bij gelegenheden waar iets te feliciteren viel, verschansten de secretaresses zich diep achter hun bureau in de hoop dat hij ze niet zou komen zoenen.
Niet iedereen heeft het. Neem Balkenende en Obama: die gedragen zich keurig, vermoed ik. Vrouwen hebben het ook niet. Ik houd regelmatig toespraken voor volle enthousiaste zalen, zelfs zalen met mannen en managers – leuk, inspirerend, maar opgewonden word ik er niet van. En stel je eens voor dat Margaret Thatcher, Angela Merkel of Neelie Smit-Kroes om zich heen gingen lopen graaien naar mooie mannen zodra ze aan de macht kwamen. Het idee alleen al is lachwekkend. Nu komt dat ook, eerlijk is eerlijk, doordat deze vrouwen niet echt veel sex-appeal hebben. En daar zit de kneep: mannen met macht, geld en prestige zijn voor vrouwen aantrekkelijk. Het is zelfs zo dat subtiele signalen van status (zoals een dure auto op de achtergrond) vrouwen op het verkeerde been kunnen zetten: ze vinden een man in een duur pak ook écht fysiek mooier en hebben zelf niet in de gaten waar ‘m dat in zit.
Mannen daarentegen hebben er helemaal geen moeite mee schoonheid te scheiden van andere kenmerken. Je kunt als vrouw wel aan het hoofd staan van een land of een multinational, of een verpletterende toespraak houden, maar een man hou je niet voor de gek: je succes helpt je geen mallemoer om seksueel aantrekkelijk te worden. Gelukkig worden we er zelf ook niet hitsig van, dus dat komt weer goed uit. Zo kunnen we ons gewoon concentreren op de inhoud van het werk en laten we ons, in onze hoge verantwoordelijke functies, niet afleiden door lekkere jonge mannen en onverkwikkelijke affaires. Toch?

Gepubliceerd in Psychologie Magazine
Verschijnt dit najaar in: “Ego’s en andere ongemakken” van Roos Vonk (Scriptum).